T.I.N.O interview 8

Begin, vragen 1 t/m 4, gaan over het verlies en de begeleiding die U hebt gehad

Interview gehouden op 10-01-2019

Gezinssituatie: moeder, vader, zoontje en 2 dochtertjes

Verlies: 2007 Jongentje te vroeg geboren bij 25 weken en 6 dagen

2008 Gezond jongetje gekregen

Miskraam bij 13 weken

2009 gezond meisje gekregen

2011 Meisje met een spierziekte gekregen en is in het

ziekenhuis overleden

2012 Gezond meisje gekregen

  1. Zoudt u mij kunnen vertellen over het verlies dat u geleden hebt?

We hebben twee kindjes verloren.

Het eerste kindje was een jongentje. Hij is te vroeg geboren bij 25 weken en 6 dagen. Dit was in 2007 in Rotterdam in het Sophia kinderziekenhuis, wij woonden toen daar.

In 2008 hebben we een gezond jongentje gekregen; later een miskraam bij 13 weken.

In 2009 hebben we weer een gezond meisje gekregen.

En in 2011 hebben we een kindje met een spierziekte gekregen. Zij is in dit ziekenhuis overleden.

Hierna hebben we weer in 2012 een gezond meisje gekregen.

We zijn heel gelukkig met drie heel gezonde kinderen.

Het gaat eigenlijk over ons dochtertje dat een spierziekte had en dat ik helemaal voldragen heb. Zij is na 1 week op de IC gelegen te hebben, overleden.

  1. Wat is er gebeurd?

De zwangerschap was heel bijzonder omdat ik geen leven meer voelde in mijn buik. De professor zei dat als ik het niet vertrouwde, dat ze mij dan moesten opnemen.

“Dan kan ik net zo goed hier blijven want ik vertrouw het helemaal niet, ik heb alleen maar een dikke buik”, vertelde ik hem.

Ik heb veel echo’s gehad van het hartje, want dat had een premature atriale contractie wat duidt op een atriaal complex en dat is weer over gegaan. Omdat ik vanwege de vroeg geboorte toch al onder controle was, bleef ik onder controle. Ik heb toen aangegeven dat ik eigenlijk helemaal geen leven voelde. Ik voelde echt niets bewegen in mijn buik. Ze bewoog al weken niet in mijn buik. Er werden wel hartfilmpjes gemaakt, ik heb voor mijn specialisme huisarts ook gynaecologie gedaan en ze vertelde mij dat ze kindsbewegingen zagen. Ik zei toen dat dit bijzonder was, het zal dan niet veel zijn. Het hartje klopte wel. Uiteindelijk werd gezegd dat ze gingen inleiden omdat ik het echt niet vertrouwde. Mijn man heeft de spierziekte nog even tegen mij genoemd, spier-zenuwziekte SMA. Ze zijn toen gaan inleiden bij 39½ week, ze was inmiddels ook nog gedraaid. Dit zijn allemaal dingen die passen bij dat er iets aan de hand kon zijn, dat wist ik natuurlijk. Ik ben toen bevallen, wij kregen toen een heel slap meisje dat niet zelf kon ademen en geen hartactie had. Ze is direct gereanimeerd en toen had ze weer hartactie. Ze is toen naar de IC gebracht. Je zag allemaal contracturen, dat zijn verstijvingen van de gewrichten. Ze was helemaal voldragen, goed van gewicht en ze was een mooi meissie.

Als je niet beweegt dan gaan je gewrichten vast zitten, doordat ze niet meer doorbewogen had; bij mensen die spastisch zijn ga je door met bewegen. Ze hebben haar toen direct op de IC opgenomen en aan de beademing gelegd. Ze kon zelf niet ademen, ze had een te slechte spierkracht. Toen kwamen we in een situatie waarbij we een kindje hadden dat of een progressieve ziekte had wat alleen maar erger zou worden, of een spierziekte. Zij had een spierzenuw ziekte, eigenlijk een zenuwziekte en het zou alleen maar erger worden.

We hebben toen na een week de beademing gestopt.

Wij hebben ons heel erg gesteund gevoeld door maatschappelijk werk op de afdeling. Ook als dit een spierziekte is dan willen wij zo min mogelijke behandeling, hebben we aangegeven, en niet allerlei behandelingen rekken en als het kindje dan ziek wordt laat het gaan. Als je allebei dokter bent, dan weet je wat er komt en hoe ernstig het is als je zo beperkt bent. Dan hadden we een kind gehad dat wellicht de mogelijkheid zou hebben gehad om één stap te zetten; voor de rest bedlegerig in de woonkamer, zo was die voorspelling. Voor de rest hadden we nog twee rondspringende gezonde kinderen waar je ook verantwoordelijkheid voor hebt.

We hebben hier gelukkig niet lang over na hoeven te denken. Ze had een ziekte die progressief was; ze zou nooit beter worden en het zou alleen maar erger worden. Ons dochtertje kon al niet zelfstandig ademen bij haar geboorte. Ze hebben toen gezegd dat ze de beademing gingen stoppen.

  1. Heeft u begeleiding gehad, tijdens die periode?

Neen.

We wisten niet dat ze dood zou gaan. Ik heb gewoon de reguliere zorg gehad en geen begeleiding in de zin van: ‘U gaat een gehandicapt kind krijgen’. Ik had meer het idee dat ik zelf gek was. Dat zou je kunnen denken van dokters: ‘ze heeft iets in haar hoofd gehaald’. Dat was ook het eerste wat ik zei tegen de gynaecoloog, maar ik was toch niet gek. Hij dacht dat overigens ook niet.

  1. Heeft u begeleiding gehad na die periode?

Ja.

Maatschappelijke werk van het Radboudumc.

Ik ben daar samen met mijn man drie keer geweest en ik ben geholpen door een hele aardige vrouw. De laatste keer ben ik nog alleen geweest.

5 t/m 8 tussen vragen, eigen beleving, afscheid en dergelijke

  1. Heeft u nog uitgezocht naar het waarom?

Ja.

We zijn naar de afdeling Genetica gegaan. Daar kwam uit dat het een erfelijke aandoening was bij zowel mijn man als bij mij. Heel uitzonderlijk. Wij zijn beiden drager en die kans is niet zo groot bij dit gen. Wij worden zelf nooit ziek en 1 op de 50 is drager in Nederland. Wij zijn dus beiden drager en dan heb je een kwart kans dit door te geven aan je kind. Dit hebben we laten uitzoeken en bij ons laatste kind hebben we een vlokkentest gedaan. Onze andere kinderen zijn dus ‘mazzeltjes’. Je hebt 75 % kans op een gezond kind. Ik zou ze best allemaal in die 75 % willen hebben! Ik was 30 jaar toen ik aan kinderen begon en mijn man was 32 jaar. Ons eerste zoontje is geboren in Rotterdam. We wisten dat hij dood ging, dus toen hadden we hem een klein naampje gegeven. Vervolgens kregen we een gezonde jongen. Toen een miskraam en deze hebben we geen naam gegeven. Daarna kregen we een gezonde dochter gevolgd door een dochtertje die aan een spierziekte leed en overleden is. Als laatste hebben we een gezonde dochter gekregen.

  1. Zijn er bepaalde dingen gebeurd, gezegd of gedaan waarvan u nu zegt, dit had ik op een andere manier gewild?

Achteraf had ik het prettig gevonden als de gynaecoloog had laten weten welke onderzoeken ze gedaan hebben en hoe ze het intern besproken hebben.

Ze hebben ergens iets gemist. Het kind bewoog niet en ik voelde niets, maar op de echo en het CTG bewoog het kindje wel. Het kon gewoon niet bewegen, het zat vast. Dit is gewoon een calamiteit, een fout en een onverwachte bevinding. Ik ben heel collegiaal, het zijn mijn collega’s, ik snap het is mensen werk en je schiet daar niets mee op. Ik had achteraf wel willen weten hoe ze dit hebben nabesproken en hoe ze dit willen voorkomen in het vervolg. Dat had ik wel willen weten.

En

Het punt is als je kind geboren wordt en het doet het heel slecht, dan wil je toch wel regie of zeggenschap houden over welke behandeling er nog gedaan wordt. Op een bepaald moment worden er beslissingen genomen over levensverlengende handelingen. Wat ik prettig had gevonden was als ik daar een stem in gehad zou hebben. En wat is mijn positie hierin? Dit is nu echt wel een dokter die dit zegt. Andere mensen hebben dit minder, maar dat je heel graag meegenomen wilt worden in de beslissingen. Als ze behandelingen doen bij je kind met een hele slechte uitkomst, dat ze dat dan ook netjes overleggen. Stel dat ze een longontsteking had gehad, dan had ze antibiotica gehad zonder dat ik dit wist. Ik voelde wel dat wij heel erg moesten opletten omdat wij niet alles kost wat kost behandeld willen hebben. Het is toch een IC waar alles gebeurd en ik vind dat de natuur ook gewoon zijn gang moet kunnen gaan. Als een kind heel slecht is, dat je het dan ook gewoon moet laten.

Wat had ik hierin anders gewild?

Ik had het prettig gevonden als mensen ons als ouders dan direct ook meenemen in een overleg tussen artsen en verpleegkundigen; dat ze dan ook ons de keuzen voorleggen en dat we daar ook iets over mogen zeggen. Het is een groot verschil als je thuis een baby krijgt en de verloskundigen lopen na een paar uur weer weg en het kindje is dan van jou. Als je op het Radboudumc een kind krijgt wat ziek is, om dan nog altijd het gevoel te houden dat het kindje van jou is. Alle zorg wordt geboden met de beste bedoelingen, maar je moet de ouders zo goed mogelijk in hun positie houden. Daar bedoel ik mee dat je ouders genoeg mee laat denken.

Er is nog altijd een situatie waarvan ik denk: waarom heb ik daar niets van gezegd.

Toen ons kindje geboren was, lag ze op de IC. Een cardioloog en een cardioloog in opleiding waren een echo aan het maken van haar hart. De cardioloog in opleiding was heel hart aan het leunen op haar en hij duwde heel hart. Ze had een hele rode thorax. De cardioloog zei er niets van en ik zei: ‘misschien moet U het niet zo hard doen’. Waarop hij antwoordde dat ze haar even goed in beeld moesten krijgen; dat zei hij alleen maar. Daarna zei ik toch nog dat ze het voortaan echt minder hard moesten doen: ‘want zie hoe rood het is’. Ik had gewoon moeten zeggen: “nu stop je en kijk eens naar die borstkas. Ik wil graag dat je haar gewoon niet zo’n pijn doet.”

Ik vertel de respondent dat ik allemaal koude rillingen krijg als ze mij dit vertelt. Ze vertelt verder dat het stomme is dat je dan in een afhankelijke positie zit; eigenlijk ben ik gewoon collega, een dokter en heel assertief. Dan zeg je dat toch niet. Je wilt toch het beste voor je dochter.

Ik vraag de respondent of het haar lukt om dit gebeuren geen item te laten blijven in het nu, want ik zie en merk dat het haar nog steeds emotioneert; ik vraag haar dit zonder een oordeel hierover te geven. ‘Het helpt mij wel’, vertelt de respondent, ‘dat ik als huisarts wel eens met mensen te maken krijg die iets moeten gaan doen of zo; dan zeg ik dat ze best wel voor zichzelf mogen opkomen en zeggen wat ze willen. Doe dit dan gerust en ik snap dat dit moeilijk is. Dat helpt mij daarin wel.’

Terugkomend op het eerste deel van haar antwoord, voegt ze nog toe dat in het nagesprek wel gezegd werd dat men het heel naar voor haart en haar man vond. ‘Ik had graag willen weten hoe ze het hadden nabesproken met de echografist en de persoon die de hartfilmpjes maakt en leren ze hier iets van. Om daar nu nog op terug te komen, daar is het te lang voor geleden. Ik denk ook dat het meer de behoefte is van de moderne tijd om mensen mee te nemen in wat ze gedaan hebben, transparant daarin te zijn. Ik denk dat het nu ook veel transparanter gebeurt. Mijn ervaring kan ik meenemen in mijn praktijk als huisarts. Ik stuur mensen nu zelf wel mensen door, als ze ergens nog steeds met iets zitten stel ik voor om daar met de specialist over te gaan praten.

  1. Op wat voor een manier heeft u afscheid genomen?

De respondent vraagt of ik in het ziekenhuis en/of bij hun thuis bedoel. Ik geef aan dat ik graag over beide momenten iets zou willen weten.

De respondent vertelt dat ze in het ziekenhuis een familiekamer hebben waarin je jouw kindje meekrijgt en dan kan je wachten ze totdat de hartslag stopt. We waren met z’n vieren. Mijn zoontje had haar vast, mijn dochtertje zat naast hem op de bank. Mijn man en ik zaten ook op de bank. Onze kinderen waren toen 3½ en 2 jaar oud. Zij zouden een zusje krijgen, we hebben haar in hun armen later vasthouden. We hadden hun uitgelegd dat ze straks zou stoppen met ademen. Dat werd heel plastisch bekeken door de kinderen doordat ze vroegen of ze nu al gestopt was met ademen? Ik vind ook dat je dat niet moet wegstoppen en het met z’n allen moet doormaken en moet laten gebeuren. Je kan je eigen verdriet een beetje kanaliseren. We gaan niet heel hard lopen gillen en schreeuwen. Nadien zijn ze met mijn ouders meegegaan en is ons dochtertje voor obductie in het ziekenhuis gebleven. Zodra we haar mochten ophalen hebben we haar in een mandje meegenomen en hebben we thuis afscheid genomen met familie en vrienden. We hebben mensen dingen laten zeggen en we hadden zelf een tekst. We hebben haar naar het crematorium gebracht.

Ik vraag de respondent of ze nog keus hadden welk crematorium ze de crematie wilde laten plaatsvinden. Ze vertelt dat ze het al een keer eerder hadden meegemaakt in Rotterdam. Daar konden we ons zoontje gewoon brengen zonder dat je een kamertje moest huren. In Nijmegen moesten we persé een kamertje huren, maar we wilden verder niets doen want we hadden niets met het crematorium. We hebben haar toen in het kamertje gezet en zijn snel weer weg gegaan. Ik doe dat liever thuis, ik heb niets met zo’n kamertje in het crematorium. We hebben dus thuis afscheid genomen.

Ons eerste kindje, een zoontje was te vroeggeboren en we weten niet waarom.

  1. Weten de andere kinderen wat er allemaal gebeurd is? Ook de kinderen die daarna zijn gekomen?

Ja.

Zij weet dat ze nog een ouder broertje en ouder zusje heeft. Ze ziet foto’s die we hebben gemaakt. Dan wordt door de oudste twee kinderen tegen haar gezegd: “wij hebben haar wel gezien en jij niet”. Vanuit het ziekenhuis werd ons gezegd dat we contact konden opnemen met een fotograaf om foto’s te laten maken. Dat vonden we superfijn en daar ben ik erg blij mee geweest. Deze foto’s hebben we nog steeds. Zo ook hebben we foto’s van ons eerste zoontje dat overleden is met 25 weken en 6 dagen.

9 t/m 13 periode daarna en het nu

  1. Op welke manier denkt u nog aan uw kindje? Bijvoorbeeld: gedenkt u tijdens de verjaardag of wanneer uw kindje gestorven is? Wordt er regelmatig over uw kindje gesproken en wordt uw kindje bij de naam genoemd?

Ja, dat komt zo af en toe zo naar voren. We hebben voor hun geen vaste gedenkdata. Dat hadden we in eerste instantie zo wel bedacht. Als ze geboren zijn dan gaan we pannenkoeken eten of zoiets doen, maar dat is er uitgesleten. Ik voel mij daar dan weer schuldig over, denk ik: we hebben geen vast moment dat we iemand herdenken. Aan de andere kant het leven gaat z’n leven. We zijn zo vol met werken, kinderen, hond en huis.

Ik vraag de respondent of ze wel worden benoemd. Vervolgens vraag ik haar wat ze zegt als ze de vraag krijgt hoeveel kinderen ze heeft. ‘Dit ligt eraan hoe goed ik de persoon ken die dit vraagt. Als ik mensen niet zo goed ken zeg ik dat ik drie kinderen heb rondlopen. Dan heb ik niets gelogen, er lopen drie kinderen rond. Dit was een tip van de maatschappelijk werkster. Als ik mensen ons verhaal vertel dan krijg ik de emotie van die ander over mij heen; van bizar, wat erg en wat moet dat vreselijk zijn geweest. Het was toen vreselijk, maar nu niet meer zo.’

‘We hebben geen vaste gedenkdata. Het kwam ook nooit zo echt uit en waren we weer druk met wat anders. We krijgen wel abjes, sms’jes of een kaart van mensen. En dan word ik er weer aan herinnerd wat voor een dag het is. We hebben ook geen altaartje in ons huis of dat soort dingen. We hebben ook geen urntje, want we hebben de as van onze kinderen uitgestrooid in de duinen. Beiden bij dezelfde plek. We hebben ook geen begraafplaats die we moeten onderhouden, dit legt zo’n claim op de toekomst.’

  1. Hoe hebben u en uw partner dit verlies ervaren?

Vreselijk en dramatisch.

Ik vind het echt afschuwelijk. Alles uit je handen geslagen, je staat echt even helemaal op nul. De tweede keer ook weer, want dan weet je hoe erg het is. Het is toch een oude wond die dan weer opengaat. Als je dan weer een kind verliest dan denk je “oh zo was het ja, wat vreselijk”. Dan weet je ook wat gaat komen en dat de eerste maanden vreselijk zijn. Ik vond het echt heel erg afschuwelijk. We hebben ook heel erg gerouwd, zijn heel erg verdrietig geweest en we hebben heel veel gehuild. Het voordeel is wel dat je zwangerschapsverlof hebt, dus het is heel legitiem om niet te werken; dat hielp mij wel en ik heb nog twee maanden langer niet gewerkt.

Ik vraag de respondent of ze nog hulp heeft gezocht of dat ze genoeg had aan haar partner?

Ze vertelt dat ze dus hulp heeft gehad van de maatschappelijk werkster en dat ze heel veel boeken heeft gelezen. Wat andere mensen hebben ervaren dat helpt wel en boeken van Manu Keirse, dat helpt ook.

Ik vraag de respondent of de gebeurtenissen in hun leven niet tot een splitsing heeft geleid tussen haar en haar man?

Neen, omdat we heel snel door hadden dat we het zelf op een andere manier deden. Dat je daar gewoon elkaar de ruimte voor moet geven. We mochten beiden zijn zoals we zijn. Dat helpt gewoon heel erg. Als je elkaar daarin gaat beperken dan gaat het mis denk ik. Dat je beiden net zo verdrietig moet zijn op hetzelfde moment, dat gaat niet.

We hadden al snel door dat we waarschijnlijk het verwerken heel verschillend gingen doen. Zijn manier en mijn manier is goed, dat is beide prima; als we maar oog voor elkaar blijven houden. Het helpt heel erg dat je dit soort dingen samen hebt meegemaakt. In de toekomst krijg je nog meer rottige dingen dan weet je: dit kunnen wij want dat konden wij ook. Het is wel fijn iemand in de buurt te hebben die weet wat je hebt meegemaakt.

Het enige waar ik bang voor ben omdat we daar niet zo heel erg bij stil staan. Zou je later als je 80 jaar bent dit nog terug krijgen? Als huisarts zie je dan oudere mensen die dan richting 80 jaar gaan en dan extreem verdrietig worden om het verlies wat zij toch niet goed verwerkt hebben. Wanneer heb je het goed genoeg verwerkt? Dat is dan de angst die ik dan heb, terwijl we er nu helemaal geen last van hebben. Af en toe als je je in een kwetsbare positie bevindt. Bijvoorbeeld mijn kind dat dan slingerend naar school gaat, dan moet je dat even loslaten, het kan natuurlijk misgaan. Of als je kind in het ziekenhuis wordt opgenomen voor iets, ook dat kan misgaan. Dan zeg ik tegen de dokter: ‘ik ben iets meer moeder want ik heb twee kinderen verloren, dus als je mij wat nerveus vindt ogen dan klopt dat want dat ben ik ook.’ Dat helpt wel. Dat is de kwetsbaarheid die is gebleven. Ik hoop alleen dat je daar later niet nog een keer last van gaat krijgen. Dat lijkt mij vreselijk.

Ik antwoord de respondent dat ik denk als ze het nu goed verwerkt heeft, dat het dan goed moet zitten. En dat de ouderen van nu vroeger in een andere tijd geleefd hebben; en dat hun verdriet en het verwerken daarvan in een ander licht stond. Toen was het niet gewoon om erover te praten en je verdriet te uiten. Sterker nog, dat je verdriet had voor een langere periode dan een maand. Men werd toen geacht het leven gewoon weer op te pakken. En het bespreken met je partner was ook niet zo bij iedereen gewoon. Tegenwoordig is dat allemaal anders. Ik vertel de respondent dat als ik haar was – denk ik – dat ze niet bang zou hoeven te zijn dat als ze oud is nog een keer geconfronteerd zou worden met eventueel onverwerkt verdriet.

  1. Wat zou u andere ouders die iets dergelijks meemaken, willen meegeven?

11a. Interview 10-01-2019

Laat foto’s maken door de fotograaf van je kindje. Neem afscheid op de manier waarop je dat zelf fijn vindt. Voor ons was dat in huis zonder een begrafenisondernemer. Probeer je eigen tempo te bepalen in het verwerken van je verdriet en laat je niet leiden door allerlei adviezen van anderen. En doe dat wat goed voor jou is. Zo werd ik geconfronteerd met iemand die voorstelde om op de maandag te gaan wandelen. Dat is goed bedoeld, maar wat moet ik daarmee? Volg je eigen gevoel. Geef elkaar de ruimte. Het rouwproces gaat niet per definitie gelijk op.

11b. Interview, bijeenkomst overl. kind., 10-01-2019

Ik vraag de respondent of zij en haar man nog naar de bijeenkomst voor overleden kinderen zijn geweest?

Ja.

Dat vonden wij vreselijk. Dat kwam omdat ik zag wat er later ook nog allemaal kon gebeuren. Grote kinderen die een ongeluk hadden gehad of aan kanker waren gestorven. Grote ellende was het, dat kon ik er echt niet bij hebben. Het was ook zo dat de één heel veel ruimte kreeg voor hun kind met allemaal dia’s enzovoorts en de ander weer niet. Er was een verschil in aandacht per kind. Ik zat daar echt met kromme tenen. Daarna hadden we een groepje en dat was wel leuk. Daar was ook een huisarts die ook een kindje had verloren en die wilde heel graag met ons in contact komen. We hebben daarna nog een keer of zes met elkaar in een café afgesproken. Dat was op advies van de maatschappelijk werkster, dat was heel aardig van haar. Zij had in huis wel een altaartje. Ik merkte dat zij daar veel meer in bleef zitten dan ik. Zij had last van mijn snelheid om het leven weer op te pakken. Dat hielp voor haar niet, denk ik. Ik was te vrolijk zeg maar. Het was ook zo dat ik gemakkelijk weer zwanger werd en zij niet. Uiteindelijk is het contact doodgebloed.

Mijn man was ook mee geweest naar deze bijeenkomst. Hij zag al die andere kinderen die doodgingen. Dat is heel erg confronterend. We hadden nog twee andere kinderen rondlopen en we dachten dat kunnen ze dus ook nog krijgen. Dat was onze conclusie van deze avond. Als ouder wil je dat eigenlijk niet zien. Voor ons was de bijeenkomst niet goed gevallen. Je moet het mensen wel vragen want sommige mensen vinden het wel fijn om publiekelijk hun verdriet te delen. Ik vind het wel goed dat het georganiseerd wordt er is zeker behoefte naar, ik was een uitzondering.

  1. Heeft u hierna nog geprobeerd zwanger te worden?

Ja, meteen.

Ik werd makkelijk zwanger. Nu ben ik echt gestopt. Ik heb toen een vlokkentest gedaan zonder dat men wist dat we zwanger waren. Toen we konden bellen dat we zwanger waren konden we ook gelijk zeggen dat de test goed was. Dan hadden al die andere mensen die stress niet daarover.

Ik vraag de respondent of ze nog hebben laten uitzoeken of hun andere kinderen die ziekte bij zich dragen. De respondent vertelt dat genetica dat niet wilde. ‘Zij willen dat mensen dat zelf kunnen beslissen als ze 18 jaar oud zijn. En dat ze dat niet met zich meedragen dat ze een vlekje hebben. Dat vind ik ook wel gezond. En 1 op de 50 heeft dat vlekje van de mensen in Nederland. Het is iets waar ik nooit last van krijg door een man te kiezen die dit ook draagt. Als onze kinderen een partner treffen die deze ziekte niet heeft, dan is er niets aan de hand. Als ze een partner treffen die dit wel heeft, dan moeten zij zich van tevoren laten testen en het kindje ook. Of een pre-implantatie diagnostiek doen. Dan breng je de ei- en zaadcel bij elkaar, een soort van ivf; dan ga je testen of het kindje gezond is of niet, dit zou je kunnen doen. Zo’n behandeling is heel zwaar. Dat mochten wij ook doen, dat hebben ze ons aangeboden. Wij werden zo makkelijk zwanger en 75 % kans dat het goed is. Dat is ook het meest helpend geweest een nieuw kind krijgen. Het is iets heel plastisch en hebberig misschien, maar het leidt enorm af. Ik ging die wieg opruimen en toen zei ik “die komt nog een keer die kast uit”. Iets strijdlustig of zo, een hele basale emotie. Het heeft ook goed geholpen, onze jongste dochter is een onwijs leuk kind. Ik merk nu al dat voor ieder gezond kind, hebben we een kind verloren: vroeg-geboorte, miskraam of een zenuwziekte. Onze drie gezonde kinderen waren allemaal niet geweest als dit niet gebeurd was. Als ik nu kijk naar deze drie dan had ik ze allemaal niet willen missen. Het is zo ook wel goed. Toch een samenspel van zaadcel, eicel en genen. Ik ben blij met alle drie. En ook blij dat het dezen zijn geworden. We hebben daar dan wel wat voor moeten lijden, anders hadden we andere kinderen gehad, die waren dan misschien wel veel minder leuk.’

  1. Zo ja, hoe is dat afgelopen?

13a. Interview, 10-01-2019

Het antwoord op deze vraag weten we al.

13b. Interview, miskraam,10-01-2019

Ik vraag de respondent naar de miskraam die ze heeft gehad. Of ze daar enige begeleiding of hulp bij heeft gehad. In de zin van, het overkomt je.

De respondent vertelt dat ze een missed abortion bij 12 weken had. ‘Bij 8 weken had ik nog een hartactie. Bij 12 weken op 31 december heb ik een echo laten maken, stom van ons want we gingen daarna oud en nieuw vieren. Ik had totaal niet verwacht dat ik een miskraam zou krijgen. Die vroeggeboorte oké, maar dat ook in het begin iets mis kan gaan dat had ik niet verwacht. Ik had een hele aardige gynaecoloog, die zei dat ik vaginaal een tablet kon nemen – ‘en dan kan je thuis wachten totdat het komt en je mag ook hier in het ziekenhuis wachten totdat het komt’. Ik heb veel bevallingen gedaan, dus ik ben niet zo bang voor bloed en ik dacht het kom er gewoon uit. Uiteindelijk het ik het door de wc gespoeld. Het was echt maar een heel klein flubbertje. Toen dacht ik nog: misschien moet het nog naar de PA, maar dat was niet nodig zei de verloskundige. Voor mensen die dit alleen meegemaakt hebben is het misschien een heel ander ding dan voor mij.

Ik vertel de respondent dat ik in mijn praktijk voor de rouwverwerking mensen altijd aanraad om het toch wel op te vangen en het te begraven om het zowel letterlijk als figuurlijk een plek te geven.

De respondent snapt dit en ze zegt dat het naar de zee is. Ze vertelt dat ze gekeken heeft als dokter zijnde, zo van het is eruit gelukkig. ‘Ik was wel echt verdrietig, ik had gerekend op een kind en er erg naar uitgekeken wanneer het kindje zou komen; en dit kan ook nog.

Ik bel nu dus als huisarts toch altijd mensen even op als ze het meegemaakt hebben en vraag wat ze nodig hebben. Mensen zijn er heel verdrietig over. Ik was er niet zo heel verdrietig van, want het staat niet in verhouding tot zolang zwanger, beweging voelen, bevalling en moeten cremeren. Dat is mijn norm en daardoor vond ik het niet zo dramatisch. Als je dit het enige is wat je meemaakt is het dramatisch en vaak is dit het eerste wat mensen aan verlies hebben.’

Ik vraag de respondent of ze nog begeleiding heeft gehad?

Ze vertelt dat ze de gynaecoloog heel fijn vond: ‘die kon ik bellen hoe het was gegaan of zij belde mij. Ik had nog een keer een afspraak op haar spreekuur en ze maakte nog een keer een echo. Ze was heel empathisch, een vrouwelijke gynaecoloog. Ze was een heel lief mens. Ze zei dat het vervelend voor mij was, dat ik weer lekker moest opknappen en ik kon weer zwanger worden. Ik realiseer mij dat het voor mensen die alleen een miskraam hebben gehad, dat het voor hun anders is. Ik heb het als het ware heel luxe gehad, want ik heb gewoon nog kinderen kunnen krijgen, zo voel ik dat ook.

De buit is binnen zeggen we wel eens. Ze zijn er, het is wel een hobbelige weg geweest en het was niet leuk.’

Ik bedank de respondent hartelijk voor het interview voor haar tijd, vertrouwen en geduld ook namens mijn begeleider dr. Smeets. Ik vertel haar dat ze het interview per mail krijgt toegestuurd om het na te kijken, het zal alleen lang gaan duren.