Onderzoek Nazorg Radboudumc

Momenteel ben ik werkzaam op het Radboudumc bij de Dienst Geestelijke Verzorging & Pastoraat. Daar doe ik onderzoek naar de behoefte van nazorg bij ouders en (echt)paren die geconfronteerd worden met een miskraam, het beëindigen van een zwangerschap, een te vroeggeboren – gestorven kindje of een kindje dat niet lang geleefd heeft.

De ervaring leert onder andere dat er grote behoefte is aan zowel emotionele als geestelijke begeleiding in de zorg voorafgaand, tijdens en daarna bij bovengenoemde groep.

Daarbij leert de ervaring ook dat niet alle groepen evenveel aandacht krijgen als gewenst is. Om dit in kaart te brengen ben ik uit eigen initiatief dit onderzoek begonnen (2015).

De opzet en het doel van dit onderzoek is om te kijken of naast de al bestaande nazorg, nog zaken verbetert cq. geïntensiveerd kunnen worden.

Het doel van dit onderzoek is niet alleen de behoefte aan begeleiding tijdens het proces in kaart te brengen, maar vooral ook de nazorg. Tevens is het streven hierbij om de zorg van het Radboudumc te optimaliseren, indien nodig te verbeteren en te intensiveren.

Uiteindelijk is mijn streven dat de begeleiding vergoed zal gaan worden door de zorgverzekeraar.

Het onderzoek bestaat uit drie delen:

  1. Het eerste deel van het onderzoek bestaat uit het afnemen van interviews van medewerkers die werken op de afdelingen: Verloskunde, Gynaecologie, Neonatologie, IQ-Healthcare, Genetica, Prenatale Diagnostiek, Medische Psychologie, Obstetrie, Zorgconsulent Allochtone patiënten, IVF, Rouwtherapeut (Universitaire Ziekenhuizen   Leuven).
  1. Het tweede gedeelte van het onderzoek bestaat uit het onderzoeken van de groepen
  • Ouders wier zwangerschap is afgelopen voor de 16 weken.
  • Ouders wier zwangerschap is afgelopen voor de 22 weken.

In december 2016 ben ik begonnen de eerste groep (538 echtparen) een uitnodigingsbrief + deelnameformulier te sturen.

Dit werd gevolgd in januari 2017 door de tweede groep (283 echtparen).

Van deze beide groepen hebben in het totaal 166 echtparen kenbaar gemaakt mee te willen doen aan het onderzoek. Vervolgens heb ik hen een digitale enquête toegestuurd; met daarbij de mogelijkheid zich op te geven voor een persoonlijk interview.

In het totaal hebben 127 echtparen de enquête ingevuld, waarvan 13 echtparen zich hebben opgegeven voor een persoonlijk interview.

  1. Het derde gedeelte van het onderzoek bestaat uit het onderzoeken van de groepen:
  • Ouders wier zwangerschap eindigt vanaf 22 weken.
  • Ouders wier kindje na een vergevorderde zwangerschap, overlijdt.
  • Ouders wier kindje in het ziekenhuis is geboren en niet langer geleefd heeft tot 28 dagen na de geboorte.
  • Ouders wier kindje levend geboren is, maar met een niet levensvatbare prognose.

Ook deze ouders (518) heb ik een uitnodigingsbrief + deelnameformulier toegestuurd.

Ik ben mij terdege van bewust dat het voor sommigen van U wellicht zeer pijnlijk zal zijn om met het thema van mijn onderzoek geconfronteerd te worden. Voor U als ouder betreft het vaak een teer en zeer gevoelige ervaring; een periode waar men vaak met intens verdriet aan terug denkt. Daarbij kan dit verdriet wellicht ook samen gaat met intense vreugde, wanneer bijvoorbeeld een echtpaar een tweeling krijgt waarvan het ene kindje sterft en het ander kindje blijft leven.

Daarom ben ik ook zeer geroerd en dankbaar voor het feit dat ouders de moed en energie kunnen opbrengen mee te doen aan dit onderzoek (maar kan ik mij ook heel goed voorstellen indien men besluit om juist niet mee te doen).

Zelf ben ik nu 24 jaar verder in mijn verlies ervaring en heb ik nu de kracht, ruimte en tijd gevonden om vanuit mijn eigen ervaring iets voor anderen te kunnen doen en wellicht ook te betekenen.

Update: september 2023:
We zijn nu een aantal jaren verder en zijn de voorlopige conclusies gepresenteerd tijdens de
pensionering van mijn onderzoeksbegeleider.
Ik ben nu bezig met de laatste loodjes:
Afronding onderzoek, onderzoeksrapport schrijven en deze presenteren voor de betrokken
afdelingen.